wekelijkse lessen

Voorlopig zijn er geen wekelijkse lessen. Neem gerust contact met mij op als dit aanbod je aanspreekt !

De lessenreeksen zijn opgebouwd rond een bepaald thema. Dat kan een anatomisch gegeven zijn, bijvb je ruggengraat, diafragma’s, volumes van je lichaam, de weg tussen bijvb je hand en je centrum…  Het kan ook te maken hebben met ruimtegebruik, bijvb het impact van de plaats waar je je bevindt, de orientatie, de richting waarin je je verplaatst, of je over de grond rolt of rechtop danst … Of met tijdsgebruik, bijvb duur van beweging/stilte, ritmes, tempo’s, rewind …

Het uitdiepen van thema’s maakt het mogelijk je eigen patronen errond te (h)erkennen en te ontplooien én jezelf nieuwe keuzemogelijkheden te geven en deze dieper te integreren. Zo kom je tot een vloeiende dans die de taal van je lichaam spreekt.

Vanaf 8 november verkennen we de verbindingen tussen ons centrum en onze periferie, doorheen alle weefsellagen van ons lichaam. Vrije exploraties en aangereikt bewegingsmateriaal nodigen je uit om steun te vinden in je midden, je ‘uiteinden’ via je midden met elkaar te verbinden, je ruimte te bewonen en je plaats in te nemen. Deze aandacht brengt je terug bij een gevoel van coherentie, kracht, beschikbaarheid en vrijheid.

Ruggengraat

  • je ruggengraat ontmoeten als verticale as in je lichaam
  • zijn driedimensionaliteit en organisatie ervaren: stabiliteit, mobiliteit en organiciteit (levende anatomie)
  • ruimte, ontspanning en veerkracht vinden in en rond je ruggengraat zodat die zich op de best mogelijke manier kan aanpassen aan gewichtsverplaatsingen bij beweging over de grond en rechtop

Volumes

  • je hoofd, romp en bekken voelen in hun driedimensionaliteit
  • hun mobiele architectuur ervaren en toelaten in je verplaatsingen
  • spelen met de dynamieken van gewichten en gewichtsverplaatsingen binnen elk volume
  • hun onderlinge verbinding en interactie beleven en je daardoor laten dragen in verplaatsingen over de grond en rechtop
  • verbinding en vrijheid vinden tussen je schouders, armen, handen en je romp en tussen je heupen, benen, voeten en je bekken

Centrum en periferie

  • steun vinden in je midden
  • je ruimte bewonen, je plaats innemen
  • je uiteinden (kruin van je hoofd, staartbeen, vingers en tenen) met elkaar verbinden via je midden en de vrijheid voelen die daaruit ontstaat

 

Voor meer praktische informatie, zie onder “Praktisch”